ECLI:NL:RBROT:2016:4632
Rechtbank Rotterdam · 21-06-2016 · zaaknummer ROT 15/5456
Inhoudsindicatie
Gelet op artikel 6:12 lid 2 Awb is het beroep aldus ingesteld zonder dat een rechtsgeldige ingebrekestelling aan verweerder is gezonden. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat inmiddels ook besluit 3 is genomen en eiser het daarin vervatte oordeel dat verweerder geen dwangsom is verschuldigd betwist, zal de rechtbank die beslissing overeenkomstig artikel 4:19 Awb mede betrekken in haar beoordeling. In dit verband stelt de rechtbank voorop dat de niet-ontvankelijkheid van het initiële beroep niet in de weg staat aan de beoordeling van dit hangende dat beroep genomen besluit. Omdat voor de toepassing van artikel 4:17 van de Awb evenzeer geldt dat eerst een dwangsom kan zijn verschuldigd nadat een rechtsgeldige ingebrekestelling is uitgebracht, heeft verweerder met besluit 3 terecht geoordeeld dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd. Het beroep tegen besluit 3 is dan ook kennelijk ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
