ECLI:NL:RBROT:2016:3528
Rechtbank Rotterdam · 13-05-2016 · zaaknummer ROT 15/3318
Inhoudsindicatie
Omdat zowel in het primaire als bestreden besluit als grondslag van de overtreding het huidige artikel 10, eerste lid, van de Tabakswet is vermeld, zijn die besluiten ten onrechte gebaseerd op ten tijde van de geconstateerde overtreding nog niet in werking getreden wetgeving. De rechtbank ziet aanleiding dit verzuim te passeren onder toepassing van artikel 6:22 Awb. De stelling van eiser dat de geur van cannabis en/of hasj de geur van tabak volledig overstijgt, is niet met objectieve gegevens onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Daar komt nog bij dat de controleurs blijkens het eerste proces-verbaal hebben vastgesteld dat filtersigaretten leeg waren gemaakt, omdat pakjes sigaretten op tafel lagen en lege hulzen met filters van sigaretten in de asbakken lagen. De alternatieve verklaring van eiser dat joints met tabak werden voorgedraaid voor gebruik elders, legt tegenover het geheel aan bevindingen van de controleurs onvoldoende gewicht in de schaal.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
