ECLI:NL:RBROT:2016:3215
Rechtbank Rotterdam · 26-04-2016 · zaaknummer 483344 en 494413
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de ouders vanwege hun eigen problematiek en beperkingen niet in staat kunnen worden geacht alle belangrijke zaken op het gebied van bijvoorbeeld (medische) zorg, school en financiën van de minderjarigen, zelfstandig - en in samenspraak met elkaar - te regelen. Bovendien kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de moeder zal blijven instemmen met de uithuisplaatsing van de kinderen. Dat betekent dat als het gezag van de ouders niet wordt beëindigd, de komende jaren het dwingend kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk zal blijven om de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen weg te nemen. Dat is echter niet, zoals volgt uit het geschetste beoordelingskader, de doelstelling die de wetgever met de maatregel van ondertoezichtstelling heeft beoogd. Het gezag van de ouders wordt daarom toch beëindigd, ook omdat het belang van de minderjarigen daarmee is gediend.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
