Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBROT:2016:1982

Rechtbank Rotterdam · 18-03-2016 · zaaknummer ROT 14/8624, ROT 14/8625 en ROT 15/1440

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 17-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering bijstand en boete. Beroep deels gegrond. Bestuurlijke lus. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op grond van de onderzoeksbevindingen op het standpunt mogen stellen dat [man] vanaf 11 april 2014 zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres. Verweerder heeft dan ook aannemelijk gemaakt dat eiseres met betrekking tot de periode van 11 april 2014 tot en met 10 juli 2014 haar inlichtingenplicht, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wwb, heeft geschonden vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met [man] . Nu dit heeft geleid tot het ten onrechte verlenen van bijstand, is verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 54, derde lid, van de Wwb, terecht tot intrekking van de bijstand over deze periode overgegaan. Tevens heeft verweerder met toepassing van artikel 58, eerste lid, van de Wwb, terecht het over de periode van 10 april 2014 tot en met 30 juni 2014 ten onrechte ontvangen bedrag aan bijstand teruggevorderd. Met betrekking tot de periode van 1 januari 2013 tot en met 10 april 2014 heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met [man] . Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden besluit 2 een gebrek heeft, omdat het onderzoek dat verweerder aan de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 januari 2013 tot en met 10 april 2014 ten grondslag heeft gelegd onvoldoende is geweest. Met betrekking tot de boete geldt dat, nu onduidelijk is wat het benadelingsbedrag vormt over de periode van 11 april 2014 tot en met 10 juli 2014, de rechtbank thans geen mogelijkheid ziet om zelf met toepassing van artikel 8:72a van de Awb de hoogte van de boete vast te stellen. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de schending van de inlichtingenplicht van eiseres geen sprake is van grove schuld, maar van “gewone verwijtbaarheid”. Dit leidt ertoe dat een boete van in beginsel 50% van het benadelingsbedrag is aangewezen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.