ECLI:NL:RBROT:2016:1972
Rechtbank Rotterdam · 18-03-2016 · zaaknummer ROT 15/5211
Inhoudsindicatie
Eiser heeft op 28 november 2014 aldus over het bedrag beschikt dat hij het heeft aangewend voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, te weten de huur en bijkomende kosten, voor de toen komende zes maanden. Na deze vooruitbetaling beschikte hij feitelijk over het huurrecht en de bijkomende rechten voor de komende 6 maanden. Deze rechten op huur en bijkomende zaken/diensten, die als bezit worden aangemerkt, kunnen worden gewaardeerd op de waarde die ze vertegenwoordigden, te weten € 5.700,-. Op grond van het voorgaande kon eiser beschikken - in de zin van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder a, van de Pw - over het bedrag van € 5.700,-. De vooruitbetaalde huur en bijkomende kosten worden als vermogen van eiser aangemerkt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
