ECLI:NL:RBROT:2015:9508
Rechtbank Rotterdam · 21-12-2015 · zaaknummer 10/960259-11
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft een viertal mannen aangestuurd als zijn medewerkers binnen zijn activiteiten op het vlak van het zogenoemde Hawala-bankieren. De rechtbank overweegt dat verdachte als functioneel dader wordt gezien wat betreft de hem ten laste gelegde feiten (gewoontewitwassen, alsmede opzettelijke overtredingen van de Wet op het financieel toezicht en van de Wet inzake de geldtransactiekantoren). De rechtbank verwerpt het terzake het gewoontewitwassen gevoerde verweer dat de verdachte niet wist en evenmin had moeten vermoeden dat de medeverdachten zich met crimineel gedrag bezig hielden en dat het geld de uit dat crimineel gedrag afkomstige opbrengst was. Terzake voormelde overtreding van de Wet inzake de geldtransactiekantoren geldt dat dit feit gedurende een deel van de bewezen verklaarde periode niet meer strafbaar was. Verdachte wordt derhalve partieel ontslagen van rechtsvervolging. De redelijke termijn van berechting is met 11 maanden overschreden. In plaats van een gevangenisstraf van 36 maanden legt de rechtbank daarom aan verdachte een gevangenisstraf van 34 maanden op.
Advocaten
- J.A. Huibers
Officier van justitie
- B.M.M. Zonneveld
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
