ECLI:NL:RBROT:2015:8152
Rechtbank Rotterdam · 11-11-2015 · zaaknummer C/10/436112 / HA ZA 13-1080
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft met behulp van gedaagde kinderopvangtoeslag aangevraagd voor haar minderjarige dochter. Gedaagde heeft deze toeslag vanaf een bepaald moment op haar eigen rekening ontvangen en deze niet meer overgemaakt naar de rekening van het kinderdagverblijf waar het kind wordt opgevangen. De Belastingdienst gaat over tot terugvordering van eiseres van de ontvangen toeslag. Vordering tot betaling op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Primair verweer dat eiseres (tevens) gebruik heeft gemaakt van het kinderopvangverblijf van gedaagde. Subsidiair verweer: eiseres heeft haar schade niet beperkt door de Belastingdienst om herziening te verzoeken. Beide verweren falen. Wat voor de rechtbank wat laatstgenoemde verweer betreft de doorslag geeft, is dat het hier aan de orde zijnde standpunt van gedaagde erop neerkomt dat van eiseres gevraagd wordt een procedure bij de Belastingdienst te starten op basis van een argumentatie die niet het standpunt van eiseres in dezen weergeeft van eiseres zélf maar slechts dat van gedaagde, namelijk dat zij, eiseres, met gedaagde heeft gecontracteerd voor de opvang van het kind bij het gastouder tegen een financiële vergoeding. Nu een verplichting tot schadebeperking geen absolute verplichting is maar slechts een verplichting van een partij voor zover schadebeperking redelijkerwijs van haar kan worden verlangd, gaat het schadebeperkingsverweer van gedaagde niet op.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
