ECLI:NL:RBROT:2015:3783
Rechtbank Rotterdam · 22-04-2015 · zaaknummer C/10/420793 / HA ZA 13-321
Inhoudsindicatie
Vervolg op tussenvonnis van 23 juli 2014 (ECLI:NL:RBROT:7049). De collectieve actie van Zweedse vakbonden ten behoeve van Filippijnse zeelieden aan boord van het Liberiaanse schip ‘Ocean Trader’ was naar Zweeds recht niet onrechtmatig. De actie was niet onverenigbaar met het recht van de Europese Unie, nu Verordening 4055/86 inzake het vrij verrichten van zeevervoersdiensten toepassing mist. De rederij is immers niet gevestigd in een lidstaat als bedoeld in artikel 1 lid 1 en het schip is niet geregistreerd in een lidstaat als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de verordening. Dat de manager van het schip binnen het toepassingsbereik van de verordening valt omdat zij als beneficial owner met het schip vervoersdiensten verricht als bedoeld in de verordening, is niet aannemelijk. De ingevolge de collectieve actie te Zweden gesloten arbeidsovereenkomsten waren dus niet vernietigbaar. Of deze zijn achterhaald door de nadien gesloten POEA-overeenkomsten hangt af van de vraag of deze naar Filippijns recht vernietigbaar waren. Bewijsopdracht aan de zeelieden dat bij de totstandkoming van de nieuwe POEA-overeenkomsten sprake is geweest van bedreiging en/of misbruik van omstandigheden.
Advocaten
- H.W. ten Katen
- K. Boele
- P.A.M. van Schouwenburg-Laan
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
