ECLI:NL:RBROT:2015:321
Rechtbank Rotterdam · 23-01-2015 · zaaknummer 13/1940
Inhoudsindicatie
Het bestreden besluit betreft legalisering van de aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering. De betreffende riool is aangelegd voor inwerkingtreding van de Aansluitverordening riolering 2012. De aanvraag is van na de inwerkingtreding van deze verordening en moet dus aan de Aansluitverordening worden getoetst. Bij dat besluit heeft eiser procesbelang. In de wens van eiser om in een civiele procedure door hem geleden schade als gevolg van de bestaande riolering te verhalen op vergunninghouder, ziet rechtbank ook procesbelang. De rechtbank stelt vast dat de vergunningplicht in de Aansluitverordening slechts ziet op het punt waarop het particulier riool op het openbaar riool wordt aangesloten. Het particuliere riool valt niet onder de Aansluitverordening, maar onder de regelingen in het Bouwbesluit 2012. Voor zover eiser betoogt dat het particulier riool niet is gerealiseerd conform de bepalingen in het Bouwbesluit, valt dit buiten de omvang van dit geding. Er is wel een verband tussen de aansluitvergunning en het particuliere riool, omdat op grond van de Aansluitverordening de aansluitvergunning wordt geweigerd indien aansluiting of wijziging van een particulier riool op het openbaar riool vanwege technische, juridische, milieutechnische of milieu-economische redenen bezwaarlijk is. De vergunning is innerlijk tegenstrijdig en bepaalde voorwaarden konden niet in de gekozen vorm aan de vergunning worden verbonden. Voor aanpassing van de vergunning zoals is voorgestaan door de algemene bezwaarschriftencommissie, welk advies door verweerder is overgenomen, is een nieuwe aanvraag nodig omdat deze wijziging, gezien de feiten en omstandigheden, niet van ondergeschikt belang is. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Awb. De rechtbank ziet verder aanleiding het primaire besluit te herroepen. Ondanks verzoek daartoe zal de rechtbank verweerder niet veroordelen tot het afgeven van een door de bouwinspecteur goedgekeurde vergunning. Dit niet alleen omdat een aanpassing van de aanvraag nodig is en de gewenste mate van aanpassing nog ongewis is, maar ook omdat vergunninghouder ervoor kan kiezen de aanvraag voor de aansluitvergunning in te trekken, zodat er geen (bestuursrechtelijk) geschil meer voorligt. Er is geen aanleiding om verweerder te veroordelen voor vergoeding van schade omdat er onvoldoende causaal verband bestaat tussen de verleende vergunning en de gestelde schade. Evenmin bestaat er aanleiding voor schadevergoeding wegens overtreding van de redelijke termijn. Omdat eiser de door hem geclaimde verletkosten niet heeft gespecificeerd, wordt hem het minimumbedrag toegekend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
