ECLI:NL:RBROT:2014:8742
Rechtbank Rotterdam · 24-07-2014 · zaaknummer 455097 / HA RK 14-576
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek afgewezen. De rechter heeft zich bij de voorbereiding van de zaak verbaasd over het namens verzoekster aangevoerde beroep op artikel 8 EVRM in verband met haar kat. De rechter heeft de advocaat tijdens de behandeling ter zitting in overweging gegeven die beroepsgrond in te trekken. Indien de advocaat haar standpunt zou handhaven, dan zou publicatie van de uitspraak daarvan het gevolg kunnen zijn. Overigens waren de advocaat en de rechter het eens over de juridische haalbaarheid van het argument en dat een overweging over dit argument beperkt zou kunnen blijven tot een paar zinnen. De wrakingskamer wil aannemen dat de advocaat zich tijdens de behandeling ter zitting van 3 juli 2014 onheus bejegend heeft gevoeld door de rechter, doch dit impliceert niet dat de rechter zijn oordeel al op voorhand heeft gevormd en maakt dan ook niet dat er sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat hij vooringenomen is. Dat de advocaat zich klaarblijkelijk door de uitlatingen van de rechter ‘onder druk’ gezet voelde, maakt dit niet anders.
Rechters
Advocaten
- A.A. van Harmelen
- J.J. Klomp
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
