ECLI:NL:RBROT:2014:2136
Rechtbank Rotterdam · 27-03-2014 · zaaknummer AWB-13_04546
Inhoudsindicatie
De gedingstukken, zoals die aan de rechtbank zijn overgelegd, bevatten onvoldoende bewijs voor de conclusie dat eiser in de periode van 29 november 2005 tot en met 31 juli 2008 zijn hoofdverblijf had in de woning belanghebbende. Het feit dat eiser en belanghebbende in die periode gezamenlijk op vakantie gingen, kan niet leiden tot de conclusie dat eiser zijn hoofdverblijf had in de woning van belanghebbende. In zoverre ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering. De rechtbank ziet in dit geval geen grond om het geschil finaal te beslechten en overweegt daartoe dat niet wordt beschikt over het strafrechtelijke dossier, zodat onvoldoende duidelijkheid bestaat of verweerder aan de hand van dat dossier wel in staat is om een voldoende draagkrachtige motivering te geven voor het standpunt dat eiser in de periode van 29 november 2005 tot 31 juli 2008 een gezamenlijke huishouding voerde met belanghebbende. De rechtbank gaat er vanuit dat onderzoek hiernaar door verweerder geruime tijd in beslag zal nemen, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om een tussenuitspraak te doen, teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
