ECLI:NL:RBROT:2014:2135
Rechtbank Rotterdam · 27-03-2014 · zaaknummer AWB-13_04544
Inhoudsindicatie
Door verweerder is de bijstandsuitkering van eiseres herzien en teruggevorderd vanaf 29 november 2005, zijnde dat datum met ingang waarvan verweerder aan belanghebbende een uitkering op grond van de Wwb heeft toegekend. De gedingstukken, zoals die aan de rechtbank zijn overgelegd, ontberen voldoende bewijs om over de periode van 29 november 2005 tot 2 november 2009 aan te nemen dat belanghebbende zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres. In zoverre ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Vanaf de datum van het eerste huisbezoek op 2 november 2009 is naar het oordeel van de rechtbank wel voldoende aannemelijk geworden dat belanghebbende zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres. Uit de overgelegde gedingstukken blijkt voldoende dat in de periode van 2 november 2009 tot 1 februari 2013 sprake is van financiële verstrengeling. Ook kan uit de stukken worden afgeleid dat sprake is van wederzijdse zorg anderszins. Eiseres heeft voort in de periode van 2 november 2009 tot 1 februari 2013 ook anders dan door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, de inlichtingenplicht heeft geschonden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
