ECLI:NL:RBROT:2012:BY5761
Rechtbank Rotterdam · 05-12-2012 · zaaknummer 379013 / HA ZA 11-1219
Inhoudsindicatie
artikel 49a WRO (oud); artikel 104 GW; HR 2 mei 2003, NJ 2003, 485 (Nunspeet-arrest); HR 1 juni 2012; LJN: BU5609; 6:228 BW; 6:229 BW; artikel 7:17 BW Gemeente vordert onder meer veroordeling van gedaagde tot betaling van € 88.756,87 ter compensatie van door de gemeente aan derden vergoede planschade op grond van de tussen de gemeente en gedaagde gesloten overeenkomst in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling. Anders dan gedaagde aanvoert is die overeenkomst niet nietig, niet vernietigbaar op grond van dwaling of misbruik van omstandigheden en niet ontbonden. Dat partijen geen afspraak tot verdeling van de planschadekosten hebben gemaakt is niet in strijd met de wet en evenmin kan worden gezegd dat gedaagde niet voor het risico op planschade is gewaarschuwd. Wel is dit aspect van belang voor de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat gedaagde gebonden wordt aan het in de overeenkomst opgenomen beding dat de planschade geheel voor zijn rekening komt. Denkbaar is dat het afwentelen van het gehele financiële risico op gedaagde niet acceptabel is als gedaagde daardoor in financiële problemen komt. Hoewel op zichzelf de omstandigheid dat de financiële middelen ontbreken om te betalen waartoe men ingevolge overeenkomst verplicht is, onvoldoende is om de nakomingsvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten, gaat het in dit geval om meer dan een “habe nichts” verweer. De rechtbank laat gedaagde dan ook toe tot bewijs van zijn stelling dat de door hem niet ingecalculeerde verliespost van circa € 90.000,- ertoe leidt dat zijn pensioen niet meer op een behoorlijk niveau ligt en stelt hem in de gelegenheid om zich uit te laten over de vraag wat de getalsmatige consequentie zou moeten zijn, wanneer dit vast zou komen te staan, met name welk deel van de planschadevergoeding dan voor rekening van de gemeente zou zijn.
Rechters
Advocaten
- R.J.G. Bäcker
- U.T. Hoekstra
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
De A-B-C-constructie tussen de gemeente
gedaagde · overheid
Overheidspartijen
De A-B-C-constructie tussen de gemeente
gedaagde
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
