ECLI:NL:RBROT:2012:BY4554
Rechtbank Rotterdam · 25-10-2012 · zaaknummer Awb 12/24
Inhoudsindicatie
Naar vaste jurisprudentie van de CRvB stelt verweerder, met het oog op het aanzien en de geloofwaardigheid van de Belastingdienst, terecht hoge eisen aan de integriteit van ambtenaren van de Belastingdienst, in het bijzonder als het gaat om het nakomen van hun fiscale verplichtingen. Tussen partijen is niet in geschil dat het handelen van eiseres zeer ernstig plichtsverzuim oplevert, dat het gepleegde plichtsverzuim aan eiseres kan worden toegerekend en dat verweerder in beginsel bevoegd was eiseres disciplinair te bestraffen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de persoonlijke omstandigheden waarop eiseres zich beroept dit plichtsverzuim niet rechtvaardigen. De gestelde psychische klachten bieden geen enkele verklaring voor de feitelijke handelingen die nodig waren voor het doen van onjuiste opgaven. Ook kan aan de gestelde klachten geen enkele rechtvaardiging dan wel motief worden ontleend voor het doen van onjuiste opgaven. Dat eiseres deze klachten had, maakt derhalve niet dat de opgelegde straf reeds daarom onevenredig moet worden geacht aan het gepleegde plichtsverzuim. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar beroep op het gelijkheidsbeginsel verwezen naar de door haar overgelegde uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 augustus 2011 (AWB 11/2249 en AWB 11/2450). Uit die uitspraak blijkt naar het oordeel van de rechtbank evenwel dat de zaken op relevante punten van elkaar verschillen. Bovendien strekt het gelijkheidsbeginsel volgens vaste jurisprudentie van de CRvB niet zover dat het bestuursorgaan gehouden is om een in het verleden gemaakte fout te herhalen. Voor zover zou moeten worden geconcludeerd dat de andere ambtenaar te licht is bestraft in verhouding tot het door hem gepleegde plichtsverzuim en in zoverre door verweerder dus een fout is gemaakt, brengt dit voor verweerder niet de verplichting met zich om eiseres ook lichter te bestraffen. Voor het overige heeft eiseres geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de gekozen disciplinaire straf onevenredig is aan de aard en ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Gemeten aan de genoemde hoge eisen acht de rechtbank het plichtsverzuim van een zodanige ernst dat de straf van onvoorwaardelijk strafontslag daaraan niet onevenredig is te achten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Financiën
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Financiën
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
