ECLI:NL:RBROT:2012:BW1744
Rechtbank Rotterdam · 29-03-2012 · zaaknummer AWB 11/2910 BC-T2
Inhoudsindicatie
DNB heeft [A] een bestuurlijke boete opgelegd van € 25.000 wegens het gebruik van het woord bank (art. 3:7 lid 1 Wft) en beslist tot publicatie van de boete. De rechtbank is van oordeel dat DNB in redelijkheid tot boeteoplegging heeft kunnen overgegaan, temeer nu sprake is van recidive. Voor de vraag naar de ernst van overtreding van een verbodbepaling als de onderhavige kan, anders dan [A] betoogt, niet maatgevend zijn of cliënten concreet zijn benadeeld. De ernst van de overtreding, die zeer lang heeft voortgeduurd, is daarin gelegen dat het vertrouwen dat in de markt in banken wordt gesteld kan worden geschaad. Tevergeefs betoogt [A] dat DNB de boete verdergaand had moeten matigen. De rechtbank stelt daarbij voorop dat de overtreding zowel voor als na de invoering van de Vierde tranche van de Awb heeft plaatsgevonden, dat voor deze hele periode terecht één boete is opgelegd, en dat het niet van belang is of DNB tot matiging van het boetebedrag van € 96.000 is overgegaan op grond van art. 1:81 lid 3 Wft, zoals die bepaling luidde tot 1 juli 2009 dan wel op grond van artikel 5:46 Awb, omdat dit voor de beoordeling van dit geschil geen verschil uitmaakt. De rechtbank is van oordeel dat DNB met een matiging tot € 25.000 voldoende rekening heeft gehouden met de draagkracht van [A].
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
