Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBROT:2012:BV8731

Rechtbank Rotterdam · 08-03-2012 · zaaknummer 11/608

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar vaste jurisprudentie van de Afdeling komt aan verweerder de bevoegdheid toe om van de identiteit van degene die naturalisatie verzoekt op de daartoe geëigende wijze bewijs te verlangen en dient juist in het kader van de procedure over verlening van het Nederlanderschap de identiteit van de verzoeker het voorwerp van onderzoek te zijn, daar het verlenen hiervan, vanwege de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht is. Gelet op de uitspraak van 1 februari 2012 (LJN: BV2474) van de Afdeling, kan eerst indien met bewijsstukken is aangetoond dat de verzoeker al het mogelijke heeft gedaan om in het bezit te komen van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument worden geconcludeerd dat hij heeft aangetoond in bewijsnood te verkeren. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de omstandigheid, dat eiser niet via de ambassade aan een geboorteakte kan komen, hem niet van de verplichting ontslaat om te trachten de geboorteakte via andere wijze te verkrijgen en heeft eiser dan ook kunnen tegenwerpen dat hij niet heeft getracht om een geboorteakte in Irak te verkrijgen, eventueel door tussenkomst van een derde. Ook voor de verkrijging van een paspoort heeft eiser zich tot de Iraakse autoriteiten in Nederland gewend. De door eiser overgelegde verklaring van de consul van 17 november 2009 is evenwel onvoldoende om te concluderen dat sprake is van bewijsnood. Nu in de verklaring niet staat vermeld waarom eiser geen paspoort krijgt, is immers reeds hierom niet voldaan aan hetgeen is gesteld in paragraaf 3.5.2 van de Handleiding. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het op de weg van eiser ligt om een paspoort in Irak te verkrijgen, eventueel door tussenkomst van een derde. De omstandigheid dat het voor eiser - naar gesteld - riskant is om naar Irak te reizen is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat hij al het mogelijke heeft gedaan om in Irak de gevraagde documenten te verkrijgen, nu hij niet heeft getracht deze met hulp van in Irak verblijvende derden te verkrijgen. De omstandigheid dat in de verblijfsvergunningprocedure geen twijfel bestond over eisers identiteit doet er voorts niet aan af doet dat hij ingevolge artikel 31, eerste lid, van het BvvN bij zijn verzoek om hem het Nederlanderschap te verlenen de in die bepaling genoemde gegevens moet verstrekken en dat van hem kan worden gevraagd naar Irak te reizen. De omstandigheid dat eiser in de vreemdelingrechtelijke procedure een verblijfsvergunning is verstrekt met aanname van zijn gestelde Iraakse nationaliteit, betekent niet dat de gestelde nationaliteitsgegevens onverkort dienen te worden overgenomen in de naturalisatieprocedure.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.