ECLI:NL:RBROT:2011:BV0758
Rechtbank Rotterdam · 30-12-2011 · zaaknummer 406527 FA RK 11-8606
Inhoudsindicatie
Het verzoek tot teruggeleiding naar Italië wordt toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de achterhouding van de minderjarigen door de moeder in Nederland plaatsgevonden in strijd met het Italiaanse gezagsrecht van de vader. Blijkens artikel 317bis van de Codice Civile Italiano (CC) komt gezag ook toe aan de ouder die het kind heeft erkend dan wel aan samenlevende ouders indien zij het kind beiden hebben erkend. De rechtbank stelt vast dat de minderjarigen de achternaam van de vader dragen. Nu een kind ingevolge artikel 262 CC de achternaam van die ouder verkrijgt die het kind als eerste erkent, dan wel de achternaam van de vader indien de erkenning door de ouders gelijktijdig geschiedt, moet het ervoor worden gehouden dat de vader de minderjarigen heeft erkend. Nu niet in geschil is dat de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarigen samenleefden, is daarmee vast komen te staan dat de vader mede met het gezag over de minderjarigen is belast. Naar het oordeel van de rechtbank is er meer dan één jaar verstreken tussen de achterhouding van de minderjarigen in Nederland en het tijdstip van indiening van het teruggeleidingsverzoek bij de rechtbank, doch is er geen sprake van worteling als bedoeld in artikel 12 lid 2 van het Haagse Verdrag. De moeder heeft op 20 augustus 2010 een asielaanvraag in Nederland ingediend en vervolgens met haar vier kinderen in verschillende asielzoekerscentra verbleven. Eerst met ingang van 18 april 2011 staat de moeder in Rotterdam ingeschreven en leeft zij met de minderjarigen in gezinsverband met haar nieuwe partner samen. Vanaf dat moment is er voor de minderjarigen pas sprake van een min of meer stabiele, vaste leefomgeving op basis waarvan worteling kan gaan plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank is sinds dit tijdstip niet een zodanige tijd verstreken dat de drie jongste minderjarigen (respectievelijk 10, 8 en 6 jaar) zich inmiddels dusdanig aan hun nieuwe omgeving hebben gehecht dat zij fysiek, emotioneel en sociaal gebonden zijn aan hun nieuwe omgeving, en op die grond de terugkeer naar Italië zou moeten worden geweigerd. Voor zover is betoogd dat de oudste minderjarige (13 jaar) in Nederland geworteld zou zijn, overweegt de rechtbank dat de oudste minderjarige, anders dan zijn jongere zusjes en broertje, pas met ingang van september 2011 naar school gaat en de Nederlandse taal nog lang niet zo goed beheerst als zijn jongere zusjes en broertje. Daar komt bij dat hij tijdens het kinderverhoor heeft verklaard dat hij graag terug gaat naar Italië omdat hij Italië mist en hij zich in Italië meer thuis voelt dan in Nederland. Voorts is niet gebleken dat de terugkeer geweigerd dient te worden op één van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 of 20 van het Haagse Verdrag.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A. van Toorn
- B. Raati
- J.J. de Kok
- W. Basile
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
