Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBROT:2011:BU4822

Rechtbank Rotterdam · 04-11-2011 · zaaknummer 375358 / F1 RK 11-957

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De vrouw (Marokkaanse en Nederlandse nationaliteit) heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot echtscheiding ingediend en tevens het verzoek te bepalen dat zij zal worden belast met het eenhoofdig gezag over haar vier minderjarige kinderen. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij haar zullen hebben. Drie kinderen wonen bij de vrouw en één kind verblijft sinds december 2005 bij de man in Marokko. De man (Marokkaanse nationaliteit) is zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland. Nu de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevindt, acht de rechtbank zich bevoegd van het verzoek tot echtscheiding kennis te nemen (artikel 3 lid 1 sub a Brussel II bis) en past zij krachtens artikel 1, lid 4 WCE Nederlands recht toe. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe. Vervolgens verklaart de rechtbank zich ten aanzien van de minderjarigen die in Nederland wonen bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot toewijzing van het eenhoofdig gezag over hen en de bepaling van hun hoofdverblijfplaats op grond van artikel 8 Verordening Brussel II bis. Ten aanzien van de minderjarige die in Marokko verblijft verklaart de rechtbank zich tevens bevoegd kennis te nemen van deze verzoeken op grond van art. 14 Brussel II bis jo. art. 4 lid 3 Rv. De rechtbank acht de zaak voldoende verbonden met de Nederlandse rechtssfeer nu de minderjarige, hoewel zij ten tijde van het indienen van het verzoek in Marokko verblijft, de Nederlandse nationaliteit bezit en vanaf haar geboorte tot eind 2005 met de vrouw en de andere drie minderjarigen in Nederland heeft doorgebracht. Het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt toegewezen. Het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats wordt afgewezen nu de vrouw, belast met eenhoofdig gezag, daarbij geen belang meer heeft. De rechtbank acht zich vervolgens bevoegd kennis te nemen van het verzoek ten aanzien van het huwelijksvermogen op grond van artikel 4 lid 3 Rv. Het huwelijk van partijen is gesloten na 1 september 1992, zodat het Haags huwelijks-vermogensverdrag 1978 van toepassing is. Marokkaans recht is van toepassing op grond van artikel 4 lid 2 sub 2a van dit verdrag. Er vindt geen automatische wijziging van het toepasselijk recht plaats op grond van artikel 7 van het verdrag nu de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in 1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen en dat de man in 2000 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Nu het Marokkaans recht geen gemeenschap van goederen kent, kan de vrouw niet worden ontvangen in haar verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.