ECLI:NL:RBROT:2007:BC0439
Rechtbank Rotterdam · 21-11-2007 · zaaknummer 285035 / HA ZA 07-1389
Inhoudsindicatie
Consumentenkrediet. De als kredietnemer aangesproken gedaagde voert aan dat zij niet aan de kredietovereenkomsten is gebonden en doet beroep op verjaring. Aan de hand van NJ 2006, 642, en NJ 2004, 603, NJ 1997, 244 en NJ 2001, 46 wordt onderzocht of de verjaring is gestuit. De rechtbank oordeelt dat dat het geval is. Het ter comparitie van partijen in origineel getoonde contract betreffende het tweede krediet levert geen dwingend bewijs op van de gebondenheid van gedaagde aan de daarin belichaamde overeenkomst, omdat gedaagde stellig betwist dat zij dat contract heeft ondertekend. Ingevolge de hoofdregel van art. 150 Rv draagt eiseres de bewijslast (en daarmee het bewijsrisico) dat gedaagde dat contract heeft ondertekend. De rechtbank zal eiseres opdragen om dat bewijs te leveren. Levert eiseres het bewijs dat gedaagde het contract betreffende het tweede krediet heeft ondertekend, dan levert dat tevens dwingend bewijs op van de gebondenheid van gedaagde aan de inhoud van het contract (artikel 159 lid 2 Rv). Volgt rolverwijzing.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
