ECLI:NL:RBROT:2007:BA1565
Rechtbank Rotterdam · 15-03-2007 · zaaknummer 06/1937
Inhoudsindicatie
Gelet op de uitspraak van de Raad van 30 januari 2007 (LJN: AZ8022) kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat de artikelen 3 en 4 van de Handhavingsverordening van de gemeente Rotterdam onverbindend moeten worden geacht nu de gemeenteraad daarmee heeft geïntervenieerd in de wijze waarop het college gebruik maakt van de bevoegdheid tot herziening en terugvordering van bijstand. Nu die Handhavingsverordening op voorstel van het college door de gemeenteraad is vastgesteld en het college overeenkomstig de onverbindende bepalingen handelt ziet de rechtbank aanleiding deze bepalingen te beschouwen als de verwoording van de gedragslijn van verweerder ter invulling van de in de artikelen 54 en 58 aan verweerder toegekende discretionaire bevoegdheid. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk beleid niet in strijd komt met het in artikel 3:4 lid 2 Awb besloten liggende evenredigheidsbeginsel.
Rechters
Advocaten
- C. Phillips
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
