ECLI:NL:RBROT:2007:BA0003
Rechtbank Rotterdam · 12-02-2007 · zaaknummer 06/4483
Inhoudsindicatie
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring prematuur beroep tegen niet tijdig nemen besluit op bezwaar (LJN: AZ7217). De rechtbank vermag niet in te zien dat hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht over de toedracht van de hoorzitting door verweerder anders diende te worden opgevat dan als een verzoek om alsnog een termijn te krijgen de gronden waarop het bezwaar steunt schriftelijk in te dienen, zodat verweerder een dag na de hoorzitting niet in verzuim was op het bezwaar te beslissen. Het verzet is niettemin gegrond. Vooropgesteld zij in dit verband dat verweerder, gelet op artikel 6:20 van de Awb, derde lid, van de Awb, de inmiddels afgekomen beslissing op bezwaar van 19 december 2006 onverwijld diende mede te delen aan de rechtbank. De rechtbank begrijpt dan ook niet dat verweerder op diezelfde dag wel een verweerschrift indient maar verzuimt het besluit van 19 december 2006 over te leggen. Zoals ondermeer de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben overwogen in hun uitspraken van respectievelijk 14 oktober 2005 (AB 2005/426) en 1 mei 2002 (AB 2002/283), staat het feit dat prematuur beroep is ingesteld tegen het uitblijven van een besluit niet in de weg aan toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb indien hangende beroep een reële beslissing wordt genomen.
Rechters
Advocaten
- C.A. Lucardi
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
