ECLI:NL:RBROT:2005:AT6232
Rechtbank Rotterdam · 25-04-2005 · zaaknummer 10/020023-04
Inhoudsindicatie
Doodslag. Bewijsoverweging ten aanzien van de opzet van verdachte: Verdachte is in staat geweest om zijn wil in vrijheid te bepalen. Feiten en/of omstandigheden die aan die vaststelling afbreuk doen zijn niet gesteld en ook niet gebleken. Op grond van deze vaststelling komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat niet aannemelijk is te achten dat op het moment van het plegen van zijn daad verdachte zich in een zodanig ernstig verstoorde geestelijke gemoedstoestand heeft bevonden dat hij van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan was verstoken. Derhalve heeft verdachte met het voor het bewezenverklaarde vereiste opzet gehandeld. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
