ECLI:NL:RBROT:2002:AD9803
Rechtbank Rotterdam · 09-01-2002 · zaaknummer VHOREC 01/2790-NAV, VHOREC 01/2791-NAV, VHOREC 01/2792-NAV, VHOREC 01/2793-NAV
Inhoudsindicatie
Jany-arrest niet van toepassing op vrouwen uit Associatie-landen die niet over verblijfvergunning beschikken en voor wie aanvragen daarvoor zijn ingediend. Weigering vergunningen voor de exploitatie van sexinrichtingen. De voorzieningenrechter acht het niet onjuist dat volgens verweerder sprake is van aanwijzingen dat in de inrichtingen personen werkzaam zullen zijn in strijd met art. 250a Wetboek van Strafrecht of met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet. Naar het (voorlopige) oordeel van de voorzieningenrechter kan een beroep op het arrest van het Hof van Justitie van 20 november 2001, C-268/99 (verder: het Jany-arrest) slechts slagen indien de in casu betrokken vrouwen, afkomstig uit Associatielanden, in het land van herkomst een aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf in ons land hebben ingediend. Indien voornoemde vrouwen zich in Nederland vervolgens als zelfstandige ondernemers willen vestigen dienen zij aan de in voornoemd arrest genoemde voorwaarden te voldoen. Nu van de bij de diverse controles aangetroffen vrouwen, afkomstig uit Associatielanden, is gebleken dat zij niet over de vereiste verblijfsvergunningen beschikten en voor deze vrouwen aanvragen voor verblijfsvergunningen zijn ingediend, doet in deze procedure niet ter zake of voornoemde vrouwen thans als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn en kan verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter derhalve geen succesvol beroep doen op het Jany-arrest. Dat, zoals verzoeker heeft doen stellen, alle betreffende vrouwen zich ten tijde hier van belang nog in de zogenoemde vrije termijn bevonden, acht de voorzieningenrechter niet aangetoond en overigens ook volstrekt onaannemelijk. Nu verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de in art. 2.3a.8, eerste lid onder c, APV bedoelde aanwijzingen aanwezig heeft kunnen achten, was verweerder vervolgens gehouden de gevraagde exploitatievergunningen te weigeren. Voor een afzonderlijke belangenafweging bestaat anders dan verzoeker kennelijk meent geen ruimte. De burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder. mr. H.C. Naves (voorzieningenrechter)
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
