ECLI:NL:RBROT:2001:AC2052
Rechtbank Rotterdam · 27-06-2001 · zaaknummer WET 98/2074-SIMO
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vraag: is Nederlandse inwisselingsplicht voor houder van een door de Bondsrepubliek Duitsland afgegeven rijbewijs in overeenstemming met art. 1, eerste en tweede lid Richtlijn 91/439/EEG? Weigering registratie van Duits rijbewijs op grond van de betrokken bepalingen van de WvW 1994. Art. 1, tweede en derde lid, van Richtlijn 91/439/EEG is geïmplementeerd in de betrokken bepalingen van de WvW. De bepalingen brengen met zich dat een in Nederland werkzame en woonachtige houder van een langer dan 10 jaar geleden afgegeven Duits rijbewijs, dat een levenslange geldigheidsduur heeft, met dat rijbewijs nog slechts één jaar na vestiging in Nederland mag rijden. Na het verstrijken van die periode begaat de houder van het Duitse rijbewijs indien hij in Nederland een motorrijtuig bestuurt een strafbaar feit. Dit kan slechts worden voorkomen door het Duitse rijbewijs tijdig in te wisselen tegen een Nederlands rijbewijs (met een geldigheidsduur van, in de regel, 10 jaar). De rechtbank stelt vast dat ingevolge art. 1.3 van de Richtlijn Nederland ten aanzien van houders van rijbewijzen van andere Lid-Staten zijn nationale bepalingen inzake de geldigheidsduur van het rijbewijs mag toepassen. Eén mogelijke uitleg van deze bepaling, zoals door verweerder ook is bepleit, zou kunnen meebrengen dat de Nederlandse bepalingen, ook in relatie tot art.1.2 van de Richtlijn, daarmee in overeenstemming moeten worden geacht. Het stelsel van registratie leidt er immers toe dat de geldigheidsduur van rijbewijzen van een andere Lid-Staat wordt herleid naar de geldigheidsduur van een Nederlands rijbewijs, zodat de Nederlandse bepalingen daarop inderdaad worden toegepast. Tegelijkertijd moet de rechtbank vaststellen dat als gevolg van deze bepalingen feitelijk voor eiseres (en voor houders van rijbewijzen die in een vergelijkbare positie verkeren) de verplichting bestaat, althans ontstaat, tot inwisseling van het rijbewijs binnen één jaar, wil zij voorkomen dat zij handelt in strijd met de Wet. De rechtbank heeft in dat verband kennisgenomen van het arrest van het Hof van 29 oktober 1998 in zaak C-230/97 (I. Awoyemi). Uit rechtsoverweging 42 alsmede indirect uit de negende overweging van de considerans bij de Richtlijn, zou kunnen worden afgeleid dat Lid-Staten zonder meer gehouden zijn te voorkomen dat een inwisselingsplicht ontstaat voor houders van door andere Lid-Staten afgegeven rijbewijzen, als gevolg waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat het Nederlandse stelsel van registratie op dit punt in strijd is met de Richtlijn. Aldus ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of art. 1, eerste en tweede lid, van de Richtlijn zo moet worden uitgelegd dat het Nederlandse stelsel van registratie voorzover dat feitelijk tot gevolg heeft dat een inwisselingsplicht voor een houder van een door een andere Lid-Staat afgegeven rijbewijs ontstaat, daarmee in overeenstemming is. Deze vraag wordt het Hof bij wijze van prejudiciële beslissing voorgelegd. Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt, moet vervolgens worden beoordeeld of sprake is van een belemmering van het vrije verkeer van personen en zo ja, of deze gerechtvaardigd wordt door de met de regeling omtrent het vernieuwen van rijbewijzen nagestreefde doel. Voor een bevestigende beantwoording van het eerste gedeelte van deze tweede vraag zou een aanknopingspunt kunnen worden gevonden in de negende overweging van de considerans bij de Richtlijn. De directie van de rechtspersoonlijkheid bezittende Dienst Wegverkeer te Zoetermeer, verweerder. mr. drs. Th.G.M. Simons, mrs. C.P.M. van de Kerkhof en M.J.L. Lamers-Wilbers EG-Verdrag 234 Richtlijn 91/439/EEG 1, 8.1 Richtlijn 80/1263/EEG 8 Wegenverkeerswet 1994 107.1, 107.2, 108.1.h, 109.1.a
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente B
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente B
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
