ECLI:NL:RBOVE:2026:3409
Rechtbank Overijssel · 18-06-2026 · zaaknummer 08.099608.25 (P)
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het met geweld ontvoeren van haar uithuisgeplaatste kinderen en het onttrekken van hen aan het opzicht van jeugdbescherming. De rechtbank oordeelt dat het, gelet op hun voorbereiding en handelwijze, volstrekt duidelijk was voor de ouders (verdachten) dat zij niet gerechtigd waren om de kinderen mee te nemen, ook al hadden zij nog ouderlijk gezag. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Verder is er een contact- en locatieverbod opgelegd ogv artikel 38v voor 3 jaren en moet verdachte € 3000,- aan immateriële schadevergoeding betalen aan de dochter. De benadeelde partijen die getuige waren van de ontvoering zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering, omdat geen sprake is van rechtstreekse schade in de zin van art. 51f Sv en omdat een andere grondslag voor vergoeding van materiële en immateriële schade ontbreekt (geen schokschade).
Advocaten
- A.C. van de Vosse
- D. van Bommel
- D.C.O. Ayinla
Partijen
[slachtoffer 1]
verdachte · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
