ECLI:NL:RBOVE:2026:1679
Rechtbank Overijssel · 31-03-2026 · zaaknummer C/08/344284 / KG ZA 26-23
Inhoudsindicatie
Partijen hebben in een notariële akte opgenomen dat eiser € 65.000,- van gedaagde heeft geleend. In verband met deze geldlening heeft eiser een recht van hypotheek op zijn woning aan gedaagde verleend. Gedaagde heeft op haar beurt geld geleend van NVIG Beheer B.V. (hierna: NVIG). Ter zekerheid van deze laatste geldlening heeft gedaagde aan NVIG een pandrecht op de vordering van gedaagde op eiser verleend. Eind 2024 heeft NVIG haar pandrecht uitgewonnen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met de uitwinning van het pandrecht eiser het van gedaagde geleende bedrag (met rente en kosten) bevrijdend aan NVIG heeft voldaan. Doordat het hypotheekrecht daarmee is tenietgegaan, wordt gedaagde verplicht mee te werken aan doorhaling van de hypothecaire inschrijving in het kadaster. Daarnaast wordt eiser gemachtigd dit zelf te bewerkstelligen voor het geval gedaagde niet tijdig aan zijn verplichting voldoet. Dit vonnis zal in dat geval in de plaats treden van de voor de doorhaling noodzakelijke verklaring van gedaagde. Gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
