ECLI:NL:RBOVE:2025:76
Rechtbank Overijssel · 07-01-2025 · zaaknummer 11103824 \ CV EXPL 24-1940
Inhoudsindicatie
Deze zaak gaat onder meer over de vraag of er een einde moet komen aan de pachtovereenkomst tussen eiser (als verpachter) en gedaagde (als pachter). Eiser stelt dat dat het geval is. Hij vordert primair ontbinding van de pachtovereenkomst en subsidiair beëindiging van de pachtovereenkomst op grond van een belangenafweging. Verder wil eiser dat gedaagde de wettelijke pachtprijsverhogingen over de afgelopen vijf jaar betaalt. Het gaat daarbij om een bedrag van in totaal € 15.319,08. De pachtkamer wijst de primaire vordering van eiser toe. Naar het oordeel van de pachtkamer is namelijk niet vast komen te staan dat gedaagde de grond op dit moment nog voor bedrijfsmatige landbouw in gebruik heeft. Verder oordeelt de pachtkamer dat gedaagde de wettelijke pachtprijsverhogingen moet betalen. Omdat gedaagde in het ongelijk wordt gesteld, moet hij de proceskosten voldoen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
