ECLI:NL:RBOVE:2025:6709
Rechtbank Overijssel · 18-11-2025 · zaaknummer C/08/339940 / KG RK 25/496
Inhoudsindicatie
Wraking. Verzoeker had aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat er schijn van partijdigheid zou blijken omdat er buiten het formele kader van het onderzoek een feitelijke instructie verstrekt was aan de politie op een moment waarop de rechter daartoe niet bevoegd was, namelijk een instructie om de telefoon van verzoeker te controleren op mogelijk gemaakte geluidsopnames. Ook stelt verzoeker dat het mutatierapport van de parketpolitie feitelijke onjuistheden bevat, en feiten bevat die niet ter zitting van 14 oktober 2025 zijn besproken. Naar het oordeel van de wrakingskamer is er geen schijn van partijdigheid als gevolg van de instructie om de telefoon van verzoeker te onderzoeken, omdat de rechter bevoegd was deze instructie te geven. Verder is de wrakingskamer van oordeel dat de beslissing om het verzoek van 15 oktober 2025 niet in behandeling te nemen en niet aan het dossier toe te voegen, moet worden aangemerkt als een procesbeslissing. Volgens de Hoge Raad1 komt de wrakingskamer geen oordeel toe over de juistheid van zo’n procesbeslissing. De wrakingskamer verklaart het verzoek ongegrond.
Rechters
Advocaten
- C. Verdoold
- I. Mercanoglu
- M.H. van der Lecq
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
