ECLI:NL:RBOVE:2025:5435
Rechtbank Overijssel · 03-09-2025 · zaaknummer C/08/218072 / HA ZA 18-236
Inhoudsindicatie
In het vorige inhoudelijke tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat Partij B 1 en partij B 2 aansprakelijk zijn voor de schade die partij A heeft geleden als gevolg van het niet (meer) kunnen verhalen van haar vorderingen. De rechtbank ziet, nadat de eerder benoemde deskundige een rapport heeft uitgebracht, geen aanleiding om op dit oordeel terug te komen. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat ook partij B 3 aansprakelijk is voor de door partij A geleden schade. Dat geldt niet voor partij B 4. Partij B 1, 2 en 3 zullen worden veroordeeld om aan partij A te betalen al hetgeen het bedrijf op grond van het vonnis in kort geding van 27 juni 2014 en het vonnis van de rechtbank van 5 augustus 2015 aan partij A is verschuldigd, inclusief de rente en de kosten waartoe het bedrijf in die vonnissen is veroordeeld. Ten aanzien van de gevorderde deurwaarders-, beslag- en advocaatkosten geldt dat partij A recht heeft op een volledige vergoeding daarvan voor zover de gemaakte kosten zien op alle acties die zijn ingesteld op het bedrijf. De kosten die partij A heeft moeten maken voor haar vorderingen op partij B worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten en zullen worden beoordeeld aan de hand van het liquidatietarief. Partij A krijgt de gelegenheid om bij akte een overzicht te presenteren van de gemaakte kosten ten aanzien van het incasseren van zijn vorderingen op het bedrijf inclusief bescheiden ter onderbouwing daarvan, waarop. partij B vervolgens mag reageren.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
