ECLI:NL:RBOVE:2025:488
Rechtbank Overijssel · 28-01-2025 · zaaknummer 11318284 \ CV EXPL 24-1872
Inhoudsindicatie
Partij A heeft een woning gehuurd van partij B. Na terugkeer van vakantie trof partij A de woning leeg aan. Partij A stelt dat sprake is van een onterechte ontruiming door partij B en stelt partij B aansprakelijk voor de verdwenen inrichting van de woning. Bij een eerder verstekvonnis zijn de vorderingen van partij A toegewezen. Hiertegen is door partij B verzet ingesteld. De kantonrechter verklaart het verzet gegrond en oordeelt in verzet dat de oorspronkelijke vorderingen van partij A moeten worden afgewezen omdat er van moet worden uitgegaan dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd en de woning niet onrechtmatig is ontruimd.
Rechters
Advocaten
- E.T. van den Hout
- M.E. Kikkert
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
