ECLI:NL:RBOVE:2025:4145
Rechtbank Overijssel · 25-06-2025 · zaaknummer C/08/319931 / HA ZA 24-340
Inhoudsindicatie
Opposant en geopposeerde zijn getrouwd geweest. In de periode voor ondertekening van het echtscheidingsconvenant heeft opposant € 54.500,00 uitgegeven van een gezamenlijke spaarrekening. Bij verstekvonnis is opposant veroordeeld om aan geopposeerde voornoemd bedrag te betalen op grond van het verbeuren van zijn aandeel in de gemeenschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:194 lid 2 BW. Tegen dit verstekvonnis is opposant in verzet gegaan. Hij heeft daarnaast een tegenvordering (reconventionele vordering) ingesteld en vordert dat geopposeerde op basis van diezelfde bepaling uit het Burgerlijk Wetboek € 17.600,00 aan hem betaalt. In deze verzetprocedure oordeelt de rechtbank dat geopposeerde geen beroep toekomt op het bepaalde in artikel 3:194 lid 2 BW. Wel heeft opposant met zijn handelen de gemeenschap benadeeld en daarom moet hij op grond van artikel 1:164 BW aan geopposeerde de helft van het door hem uitgegeven bedrag, ofwel € 27.250,00, betalen. De tegenvordering van opposant wordt afgewezen. Ook opposant komt geen beroep toe op artikel 3:194 lid 2 BW. Daarnaast heeft geopposeerde met haar uitgaven de gemeenschap niet benadeeld. opposant kan daarom ook geen geslaagd beroep doen op artikel 1:164 BW.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
