ECLI:NL:RBOVE:2025:362
Rechtbank Overijssel · 22-01-2025 · zaaknummer C/08/311352 / HA ZA 24-85
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het, in conventie, kort gezegd om een tussen partijen gesloten kredietovereenkomst (die nadien is uitgebreid), op grond waarvan ING een vordering heeft op partij (en diens ex-partner). Het verweer van partij dat de kredietovereenkomst is overgenomen, dan wel het krediet is afgelost, door zijn voormalige BV, althans dat hij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen, slaagt niet. Uit de door partij overgelegde stukken volgt namelijk niet dat sprake is geweest van een overname, aflossing of ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit betekent dat de vordering van ING in conventie wordt toegewezen. Omdat partij samen met zijn ex-partner hoofdelijk aansprakelijk is voor de schuld bij de ING, strekken de betalingen die de ex-partner heeft verricht en de betalingen die zij nog zal verrichten volgens artikel 6:7 BW ook in mindering op de vordering van ING op partij. In reconventie wordt de vordering van partij afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat partij onvoldoende heeft onderbouwd dat ING een op haar rustende zorgplicht heeft geschonden of dat zij anderszins onrechtmatig heeft gehandeld jegens partij.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
