ECLI:NL:RBOVE:2023:729
Rechtbank Overijssel · 22-02-2023 · zaaknummer C/08/283032 / HA ZA 22-236
Inhoudsindicatie
In een eerdere procedure tussen partijen is bij eindvonnis geoordeeld dat A op grond van verjaring eigenaar is geworden van een stuk grond dat aanvankelijk aan B toebehoorde. In de huidige procedure vordert A, kort gezegd, veroordeling van B om mee te werken aan de kadastrale afsplitsing van het bewuste grondstuk van diens perceel en aan doorhaling van de hypotheek waarmee diens perceel is belast. De tegenvordering van B strekt ertoe, onder meer, om A te veroordelen tot teruglevering van het grondstuk. Daarbij draagt B aan dat A onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld door het grondstuk in bezit te nemen en te houden, wetende dat hij daarvan geen eigenaar was. Anders dan A betoogt, is de rechtbank van oordeel dat het gezag van gewijsde dat aan het eerdere vonnis toekomt niet aan de vordering van B in de weg staat. Niettemin zal diens vordering worden afgewezen, omdat B onvoldoende heeft gemotiveerd dat A onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld. De vordering van A zal in aangepaste vorm worden toegewezen.
Rechters
Advocaten
- A.J. Morsink
- J.J. Paalman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
