ECLI:NL:RBOVE:2023:5501
Rechtbank Overijssel · 24-05-2023 · zaaknummer C/08/289382 / HA ZA 22-430
Inhoudsindicatie
Partij A heeft op 30 april 2021 een perceel grond gekocht met daarop een bedrijfspand. Partij B is eigenaar van het aangrenzende perceel. Het perceel van partij A was tot 1997 in eigendom van partij B als onderdeel van een groter kavel, waaronder ook het perceel van partij B. Het perceel van partij A is na 1997 enkele malen doorverkocht. Telkens zijn er erfdienstbaarheden van goot en van weg in de leveringsakten opgenomen, waaronder erfdienstbaarheden waarbij het perceel van partij A het dienende erf is en het perceel van partij B het heersende. Deze erfdienstbaarheden zijn rechtsgeldig gevestigd. Het is toegestaan een erfdienstbaarheid te vestigen ten behoeve van een deel van een kadastraal erf en ten laste van een ander deel van het kadastrale erf als beide delen een andere eigenaar hebben. De tekst van de erfdienstbaarheid van weg is bovendien duidelijk ook zonder de (niet in het kadaster ingeschreven) situatieschets. De erfdienstbaarheid van goot zal niet worden opgeheven, ondanks het feit dat partij B zelf inmiddels voor een eigen afwateringssysteem heeft gezorgd. Bij onder meer noodweer moet het rioolwater namelijk ook via de voorziening van partij A kunnen worden afgevoerd. Dat partij B op basis van de erfdienstbaarheid per se voor het pand van partij A langs moet rijden (ter hoogte van de erfafscheiding) volgt niet uit de tekst van de erfdienstbaarheid. Tot 2022 was er geen erfafscheiding tussen de (verkavelde) percelen en werd over het hele terrein – waaronder het terrein van partij B – gereden om bij het eigen bedrijfspand te kunnen parkeren. In 2022 heeft partij B haar perceel deels afgescheiden met een hek. Er is geen erfdienstbaarheid van weg ontstaan door verjaring op het perceel van partij B; enkel over het perceel van partij B rijden met haar toestemming door partij A is daarvoor niet voldoende. Met het plaatsen van het hekwerk maakt partij B evenmin misbruik van recht. Het hek mag blijven staan. Verder mocht partij B op basis van artikel 5:75 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) grotere rioleringsbuizen aanbrengen in het erf van partij A en heeft zij dus niet onrechtmatig gehandeld. De vorderingen van partij A worden dan ook afgewezen. Nu partij A met het verlengen van het hekwerk de toegang tot het erf van partij B verhinderde, heeft zij in strijd gehandeld met de erfdienstbaarheid en de in de leveringsakte opgenomen boete verbeurd. De boete wordt voor de helft gematigd, nu partij B door het plaatsen van het hekwerk een eigen aandeel heeft in het feit dat zij de erfdienstbaarheid niet meer op een andere manier kon gebruiken.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
