ECLI:NL:RBOVE:2023:4175
Rechtbank Overijssel · 24-10-2023 · zaaknummer C/08/301066 / FA RK 23-2132
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek van de raad voor de kinderbescherming tot gezagsbeëindiging van de moeder. De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 8 EVRM stelt aan een gezagsbeëindiging. Tegen de achtergrond van Europese en Nederlandse wetgeving en jurisprudentie moet een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen en een keuze voor de minst zware maatregel worden gemaakt. De moeder oefent het gezag als een ouder op afstand uit en werkt mee aan alle beslissingen in het belang van de minderjarige. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat niet is onderbouwd en evenmin is gebleken dat de gezondheid en de ontwikkeling van de minderjarige op dit moment worden geschaad als de moeder haar gezag behoudt. Daartoe zijn onvoldoende omstandigheden gesteld of gebleken. Van het tegendeel lijkt zelfs sprake te zijn nu wordt aangegeven dat de minderjarige het mogelijk als een afwijzing beschouwt als de moeder op (meer) afstand komt te staan. De noodzaak voor de gezagsbeëindiging ontbreekt momenteel. Hoewel de rechtbank zich ervan bewust is, dat daarmee wel een jaarlijkse verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aan de orde is, weegt dat nadeel op tegen het voordeel dat de moeder van de minderjarige niet op nog grotere afstand komt te staan. Ook om die reden wordt gekozen voor de minst verstrekkende maatregel.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
