ECLI:NL:RBOVE:2022:3973
Rechtbank Overijssel · 27-12-2022 · zaaknummer ak_21_618 _ ak_21_1803
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank in de eerste plaats het beroep van eiseres tegen de termijn van geldigheid van een aan haar verleende tijdelijke ontheffing van enkele eisen die gelden voor het gebruik van Twente Airport voor bepaalde soorten grote vliegtuigen. Het gaat om de eisen dat de luchthaven voor het gebruik door deze vliegtuigen moet beschikken over een runway turn pad, runway shoulders en taxiway shoulders. De rechtbank oordeelt dat verweerder de einddatum van de termijn van geldigheid in redelijkheid heeft kunnen vaststellen op 30 juni 2021 en dat bij de keuze voor deze datum geen sprake is van willekeur. De tijdelijke ontheffing is aangevraagd en verleend om het vertrek van enkele Boeing 747 vliegtuigen van Lufthansa van Twente Airport mogelijk te maken. Daarom kon verweerder in redelijkheid beslissen om de geldigheid van de tijdelijke ontheffing te beperken tot de termijn die daarvoor nodig was. In de tweede plaats beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een permanente ontheffing van de eis dat de luchthaven, om te mogen worden gebruikt voor bepaalde soorten grote vliegtuigen, moet beschikken over een runway turn pad. De rechtbank is het met verweerder eens dat artikel 8a.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart zo moet worden gelezen dat alleen een ontheffing kan worden verleend als het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan een regel te voldoen. De specifieke signatuur van Twente Airport en de kosten en tijd die gemoeid zijn met de aanleg van runway turn pads staan er niet aan in de weg dat runway turn pads kunnen worden aangelegd. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot het verlenen van een permanente ontheffing en dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
