ECLI:NL:RBOVE:2022:1768
Rechtbank Overijssel · 08-06-2022 · zaaknummer C/08/246104 / HA ZA 20-136
Inhoudsindicatie
Eindvonnis in de zaak waarin eerder een tussenvonnis is gewezen (zie: ECLI:NL:RBOVE:2021:1445). De rechtbank komt tot het oordeel dat gedaagden sub 3 en 4 niet in hun bewijsopdracht zijn geslaagd en hen daarom geen beroep op disculpatie als bedoeld in artikel 2:248 lid 3 BW toekomt. De rechtbank beoordeelt vervolgens of er aanleiding is tot matiging van het bedrag van de aansprakelijkheid (artikel 2:248 lid 4 BW). Daarbij past de rechtbank tevens de recente jurisprudentie van de Hoge Raad toe (ECLI:NL:HR:2022:691). De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat er evenmin aanleiding is tot matiging van het bedrag van de aansprakelijkheid. Gedaagden 1 en 2 worden bij verstek veroordeeld.
Rechters
Advocaten
- B.F. Assink
- G.J. Ligtenberg
- J.M. Wagenaar
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
