ECLI:NL:RBOVE:2020:4599
Rechtbank Overijssel · 14-12-2020 · zaaknummer C/08/224094 / HA ZA 18-462
Inhoudsindicatie
De vijf eisers , broers en zussen, zijn de erfgenamen van hun overleden ouders. Een van de eisers, eiser sub 4 had geld geleend van gedaagde Hij had aan gedaagde een pandrecht verleend op zijn deel van de erfenis. Als puntje bij paaltje komt, blijkt zijn aandeel in de nalatenschap echter nihil te zijn, omdat eiser sub 4 ook schulden aan zijn ouders had, en die bij de verdeling van de nalatenschap werden verrekend met zijn (kleinere) aandeel. Eisers vorderen dat gedaagde meewerkt aan de verdeling van de nalatenschap zoals door de boedelnotaris opgesteld. Vanwege haar pandrecht is haar medewerking noodzakelijk. Gedaagde weigert dat en stelt onder meer dat eiser sub 4 heeft gezegd dat hij geen schulden meer had aan zijn ouders omdat vader alle schulden van alle kinderen had kwijtgescholden. Eiser sub 4 heeft dus wel degelijk recht op een uitkering uit de nalatenschap en gedaagde kan haar pandrecht daarop uitoefenen, zo stelt zij. De rechtbank heeft gedaagde een bewijsopdracht gegeven, maar komt na getuigenverhoren tot de conclusie dat gedaagde niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. De rechtbank stelt de verdeling van de nalatenschap zelf vast omdat de opstelling van de boedelnotaris op een aantal onderdelen niet juist is. De (meer subsidiaire) reconventionele vordering van gedaagde tot veroordeling van eiser sub 4 tot het terugbetalen van het geleende geld wordt wel toegewezen, nu die lening vast is komen te staan en opeisbaar is.
Rechters
Advocaten
- A.A.D. Bloemsma
- R.H.H. Schepers
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
