ECLI:NL:RBOVE:2020:4597
Rechtbank Overijssel · 25-11-2020 · zaaknummer C/08/242394 / HA ZA 20-16
Inhoudsindicatie
Eisers en gedaagde zijn broers en zussen van elkaar. Een jaar geleden is hun moeder overleden. Haar lichaam is gecremeerd. Partijen strijden over de vraag wat er met de as van moeder moet gebeuren.. Eisers stellen dat moeder haar as wilde laten verstrooien op het veldje bij het crematorium. Zij wilde niet “opgesloten” zitten in een asbus Gedaagde stelt dat moeder het goed vond dat hij de as in een asbus bij hem thuis zou houden. De wet zegt dat met het stoffelijk overschot of de as van een overledene datgene moet gebeuren wat de vermoedelijke wil van de overledene was. De rechtbank komt, alle aanwijzingen wegend, tot het oordeel dat het de vermoedelijke wil van moeder is geweest dat haar as verstrooid zou worden.
Rechters
Advocaten
- M.J.E.C. Camps
- T.L.V. de Jong
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
