ECLI:NL:RBOVE:2020:3905
Rechtbank Overijssel · 13-11-2020 · zaaknummer 8808681 \ CV EXPL 20-4720
Inhoudsindicatie
Na overlijden van de moeder, de huurder van een woonruimte, vraagt de zoon die blijkens de GBA sinds 2003 opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Van medehuurderschap ex artikel 7:268 lid 1 BW is niet gebleken. Voortzetting van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:268 lid 2 BW gaat ook niet op, omdat door de zoon geen vordering is ingesteld als bedoeld in dit artikellid. De zes maanden termijn is een dwingende termijn en die is overschreden. De zoon zit zonder recht of titel in de woning. Vordering tot ontruiming is toegewezen, ontruimingstermijn zes weken.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
