ECLI:NL:RBOVE:2020:2268
Rechtbank Overijssel · 16-06-2020 · zaaknummer 8068041 CV EXPL 19-3376
Inhoudsindicatie
Grensoverschrijdend geschil. In geschil is de vraag of tussen partijen een overeenkomst is gesloten, op basis waarvan eiser heeft gefactureerd. Volgens eiser is dit het geval, gedaagde stelt dat er geen sprake is van een overeenkomst. Voor zover er wel sprake is van een overeenkomst stelt gedaagde dat deze door haar medewerker is gesloten, terwijl deze medewerker daartoe niet bevoegd is. Eiser is een Duitse partij, gedaagde is een Nederlandse partij. De kantonrechter oordeelt dat hij bevoegd is van het geschil kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Verordening (EU) 1215/2012. Voorts is Verordening (EG) 593/2008 van belang voor de vraag welk recht van toepassing is op de beoordeling van het geschil: Nederlands of Duits recht? De kantonrechter oordeelt dat uit deze verordening volgt dat het materiële geschil naar Duits recht moet worden beoordeeld, voor zover moet worden geoordeeld dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten. Verder is ingevolge die verordening het Nederlands procesrecht van toepassing. Voorts moet de vraag of er überhaupt een overeenkomst is gesloten eveneens naar Nederlands recht worden beoordeeld. De kantonrechter oordeelt verder dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat er sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de medewerker, zodat gedaagde gebonden is aan de door de medewerker met eiser gesloten overeenkomst.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
