ECLI:NL:RBOVE:2020:2193
Rechtbank Overijssel · 23-06-2020 · zaaknummer 8518868 \ CV EXPL 20-2494
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is een huurovereenkomst voor bepaalde tijd (1 jaar) gesloten, eindigend op 13 mei 2020. Omdat gedaagde zich niet gedroeg als een goed huurder, heeft eiser - voordat de corona-crisis begon - gedaagde aangeschreven met de mededeling dat de huurovereenkomst eindigt en met het verzoek het gehuurde te ontruimen. Gedaagde heeft ten tijde van corona een beroep gedaan op de spoedwet en heeft aan eiser verzocht de huurovereenkomst met drie maanden te verlengen. Eiser heeft het verzoek op grond van artikel 4 van de spoedwet geweigerd: gedaagde gedraagt zich niet als een goed huurder. De kantonrechter heeft geoordeeld dat eiser met een beroep op artikel 4 van de spoedwet de verlenging heeft mogen weigeren. De huurachterstand van vier maanden is vast komen te staan en het is daarnaast aannemelijk geworden dat gedaagde (geluids)overlast veroorzaakt en het gehuurde verwaarloosd. Voor zover gedaagde heeft bedoeld om de kantonrechter op grond van artikel 4 lid 2 van de spoedwet te verzoeken te bepalen dat de huurovereenkomst wordt verlengd, wordt dit verzoek afgewezen. Eiser heeft gelet op de feiten en omstandigheden een zwaarwichtiger belang bij beëindiging van de huurovereenkomst op een eerder tijdstip. Belangenafweging valt uit in voordeel eiser. Ontruimingstermijn is een week, omdat het gehuurde een kamer betreft en niet een volledige woning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
