ECLI:NL:RBOVE:2019:3886
Rechtbank Overijssel · 16-10-2019 · zaaknummer C/08/229076 / HA ZA 19-90
Inhoudsindicatie
Eiser in conventie (het bouwbedrijf) heeft voor gedaagde in conventie (zijn opdrachtgever) een woonvilla gebouwd. Er zijn geen klachten over de uitvoering van het werk, maar de discussie van partijen heeft betrekking op de facturering van het werk. Het bouwbedrijf vordert betaling van onbetaald gebleven facturen, terwijl de opdrachtgever meent dat hij onverschuldigde betalingen heeft gedaan als gevolg waarvan hij een vordering op het bouwbedrijf heeft. Tussen partijen staat vast dat er op 13 juni 2018 een nadere schriftelijke afspraak tussen partijen is gemaakt waarbij door het bouwbedrijf een korting is verleend en waarin regie is overeengekomen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee de discussie van partijen over het meer- en minderwerk gesloten. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het mailbericht van 16 juli 2018 niet als een richtprijs voor het slot van het werk valt aan te merken. Na de bespreking van de overige verweren komt de rechtbank tot de slotsom dat de vordering van eiser in conventie wordt toegewezen en dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A.A.A.M. Schreuder
- P.F.M. Verstegen
- P.R.W. Richter
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
