ECLI:NL:RBOVE:2019:138
Rechtbank Overijssel · 18-01-2019 · zaaknummer ak_18_1968
Inhoudsindicatie
1. Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is. De indiener wordt een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet worden voldaan. Wordt dit niet gedaan, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. 2. Aan eiser is twee keer een termijn gegeven om het griffierecht te voldoen, maar eiser heeft het griffierecht niet (tijdig) voldaan. 3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Het onderzoek wordt gesloten met toepassing van artikel 8:54 van de Awb. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
