ECLI:NL:RBOVE:2017:4258
Rechtbank Overijssel · 23-10-2017 · zaaknummer 6086967\HA VERZ 17-89 en 6093127\HA VERZ 17-91a
Inhoudsindicatie
Werkneemster van een zorginstelling heeft na ontslag op staande voet berust in het ontslag, maar stelt dat er geen sprake is geweest van dringende reden voor dat ontslag. Op basis van artikel 7:681 BW verzoekt werkneemster om toekenning van een billijke vergoeding. Daarnaast verzoekt zij om toekenning van de transitievergoeding en het loon over de opzegtermijn (volgens artikel 7:672 lid 10 BW). De kantonrechter wijst die verzoeken toe. Bij de vaststelling van de billijke vergoeding wordt rekening gehouden met het moment waarop de arbeidsovereenkomst zonder dringende reden zou zijn geëindigd en met de invloed die een aan werkneemster te maken verwijt heeft op de hoogte van de vergoeding. Het zelfstandige (tegen)verzoek van de werkgever tot betaling door werkneemster aan de werkgever van een vergoeding ex artikel 7:677 lid 3 BW wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
