ECLI:NL:RBOVE:2017:208
Rechtbank Overijssel · 18-01-2017 · zaaknummer C/08/195105 / KG ZA 16-416
Inhoudsindicatie
De vraag of de vennootschapsovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden door eiseres is in dit kort geding niet te beantwoorden. Voorts is het onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal concluderen dat eiseres het concurrentiebeding heeft geschonden en dat daarin een gewichtige reden is gelegen om de VOF te ontbinden en dat het, vooruitlopend daarop, niet aangewezen is om te bepalen dat gedaagde met uitsluiting van eiseres als enige voorlopig gerechtigd is de onderneming voort te zetten. Los van het vorenstaande ligt het, gelet op de beschuldigingen over en weer van partijen in de rede om te veronderstellen dat in de bodemprocedure met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geoordeeld zal worden dat in redelijkheid de samenwerking tussen partijen niet kan worden voortgezet. Resteert de vraag of er thans, voorafgaande aan de te verwachten ontbinding, er ook reden is voor het nemen van een ordemaatregel die ertoe leidt dat één van partijen voorlopig - totdat de bodemrechter over de beëindiging van de VOF heeft geoordeeld dan wel partijen het zelf daarover eens zijn geworden - met uitsluiting van de andere partij de onderneming mag voortzetten. Deze vraag beantwoordt de voorzieningenrechter ontkennend. Zowel het gevorderde in conventie als in reconventie wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
