ECLI:NL:RBOVE:2016:5534
Rechtbank Overijssel · 07-06-2016 · zaaknummer 08.960100-15 (LP)
Inhoudsindicatie
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de strafkamer, zittinghoudende te Zwolle, op 7 juni 2016. Zittingsbeslissing. De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis af. Ernstige bezwaren tegen de verdachte en de gronden die aan het bevel tot voorlopige hechtenis ten grondslag liggen nog onverkort aanwezig zijn. Geen aanleiding ziet de voorlopige hechtenis van verdachte thans op te heffen op grond van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, gelet op de aard en de omvang van de feiten en de bedragen die ermee gemoeid zijn, en niet, althans onvoldoende, is gebleken van feiten en/of omstandigheden die een schorsing van de voorlopige hechtenis zouden kunnen rechtvaardigen. De aangeboden borgsom staat niet in verhouding tot het vluchtgevaar en het recidivegevaar. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis zwaarder dient te wegen dan het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing daarvan. Zie ECLI:NL:RBOVE:2017:769 voor de uitspraak in de strafzaak.
Rechters
Advocaten
- G. Oosterveld
- N.J.H. Lina
Officier van justitie
- D. Homans-de Boer
officier van justitie
- G. Oosterveld
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
