ECLI:NL:RBOVE:2015:3239
Rechtbank Overijssel · 06-07-2015 · zaaknummer vk_ 15 _ 2845
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat artikel 1F, aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag niet op eiser van toepassing is. Ten aanzien van de toepasselijkheid van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers gedragingen niet heeft kunnen kwalificeren als (het faciliteren van) zware mishandeling dan wel zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend en daarmee evenmin als ernstige, niet-politieke misdrijven. Nog afgezien van de omstandigheid dat in rechte vaststaat en ook niet meer in geschil is dat eiser door zijn handelingen geen mensenrechtenschendingen heeft gepleegd (daaronder naar het oordeel van de rechtbank tevens begrepen gefaciliteerd) bestaat ook overigens geen grond voor het oordeel dat sprake is van ernstige, niet-politieke misdrijven. Daartoe overweegt de rechtbank dat verweerder niet heeft onderbouwd in hoeverre er causaal verband bestaat tussen eisers gedragingen - het handelen in olie en het storten van de inkomsten hiervan op een particuliere, Jordaanse bankrekening - en het onthouden van voedsel en medicijnen aan de Iraakse bevolking. Evenmin heeft verweerder onderbouwd wat het causale verband is tussen eisers gedragingen en de hem door verweerder verweten (facilitering van) ernstige mishandeling en ernstige mishandeling de dood ten gevolge hebbend. Verweerder heeft daarmee niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast aan te tonen dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser verantwoordelijk gehouden kan worden voor ernstige, niet-politieke misdrijven als bedoeld in artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag. Eisers beroepsgrond slaagt derhalve. Nu voorts in rechte vaststaat dat zelfstandige tegenwerping van artikel 1F, aanhef en onder c, van het Vluchtelingenverdrag ten aanzien van eiser niet mogelijk is, kan artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag niet aan eiser worden tegengeworpen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
