ECLI:NL:RBOVE:2014:5447
Rechtbank Overijssel · 14-10-2014 · zaaknummer 08/955889-13
Inhoudsindicatie
Voor bewezenverklaring van de in artikel 240a Sr neergelegde strafbare handeling moet onder meer sprake zijn van het vertonen aan een minderjarige van een afbeelding waarbij slechts de eis is gesteld dat de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar. Vaststaande schade is daarbij niet vereist. De onderhavige tenlastelegging bevat de zinsnede: “waarvan de vertoning schadelijk was voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar”. De rechtbank stelt vast dat de tekst van tenlastelegging afwijkt van de wettelijke bepaling. De officier van justitie stelt met deze bewoordingen een zwaardere eis aan de bewezenverklaring dan de wetgever heeft bedoeld. Naar het oordeel van de rechtbank bevinden zich in het dossier geen sluitende bewijsmiddelen die tot de conclusie kunnen leiden dat wettig en overtuigend bewezen is dat het videofilmpje schadelijk is voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar. Nu een essentieel bestanddeel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen, dient verdachte naar het oordeel van de rechtbank van het tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken.
Advocaten
Officier van justitie
- M. Zwartjes
officier van justitie
Partijen
[slachtoffer 1]
benadeelde partij · onbekend
[slachtoffer 2]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
