ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6672
Rechtbank Oost-Nederland · 06-03-2013 · zaaknummer 234181
Inhoudsindicatie
De slotsom van het voorgaande is dat het hier gaat om een lening met een onvoorwaardelijke aflossingsverplichting. Ten aanzien van de termijn waarbinnen moet worden afgelost, zijn partijen kennelijk niets overeengekomen, althans heeft eiser in conventie niets over zo’n termijn gesteld. Indien geen termijn voor aflossing is overeengekomen, moet worden aangenomen dat aflossing dient plaats te vinden zodra de uitlener dat verlangt. Op de voet van artikel 7A:1797 BW kan de inlener in rechte uitstel van deze betaling of een vaststelling van een betaling in termijnen vorderen. Een dergelijke vordering is echter niet ingesteld. Derhalve zal van een directe opeisbaarheid van de lening worden uitgegaan.
Rechters
Advocaten
- E.C.N. Amory
- J.P.H.G.W. Sars
- J.R. Veerman
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
